Er zijn nogal wat verschillende functies binnen een gemeente, waarbij de een meer zichtbaar is dan de ander. Zo ook bij de gemeente Den Haag. Wij spraken met gemeente #Binckie Ria Aarnink die met veel plezier en toewijding haar rol als landschapsarchitecte vervult. Wat houdt die rol eigenlijk in en welk werk van haar kun je terugvinden in de Binckhaven? Je leest het allemaal hier!

Geboren voor het vak

Op jonge leeftijd kwam de creativiteit van Ria al aan het licht. Zo hield zij zich al vroeg bezig met het ontwerpen van uiteenlopende dingen. Later ging zij zich ook steeds meer interesseren in sociale geografie en culturele antropologie. Toen haar neef haar uiteindelijk wees op een opleiding van landschapsarchitecte vielen voor haar alle stukjes op hun plaats. “Ik had het boekje besteld van de universiteit, vouwde het open en zag het woord ‘landschapsarchitect’. Verder kwam ik niet eens, dat was precies wat ik wilde doen,” zegt Ria.

Na haar opleiding Tuin- en Landschapsarchitectuur in Wageningen heeft zij onder meer bij de gemeente Rotterdam gewerkt om haar studie in praktijk te brengen. In 2008 is Ria gaan werken bij de Gemeente Den Haag. Over haar rol zegt Ria het volgende: “Wij -als landschapsarchitecten- vinden het belangrijk dat openbare ruimtes op de goede plek liggen. Niet dat eerst alle gebouwen worden geplaatst en dat er daarna pas wordt gekeken naar de ruimte die er over is. Het geheel moet kloppen.”

De uitdagingen van een landschapsarchitect

Met haar collega’s van het Ingenieursbureau Den Haag (IbDH), onderdeel van de Dienst Stadsbeheer, ontwerpt Ria de openbare ruimtes voor diverse locaties in de stad. Dat klinkt wellicht simpel, maar is vrij complex. Zo moeten zij bijvoorbeeld rekening houden met de infrastructuur, zowel bovengronds als ondergronds. Ria vertelt: “Het is niet altijd even duidelijk wat we onder de grond aan zullen treffen, kaarten zijn niet altijd up-to-date en dan dient er extra onderzoek gedaan te worden. Gelukkig kunnen wij wel mee bepalen waar kabels en leidingen onder de grond moeten komen. We maken daarvoor een nieuw ontwerp, waarbij rekening wordt gehouden met de technische mogelijkheden voor die plek.

Naast technische eisen zijn er vele wensen vanuit het bestuur, ontwikkelaars, gemeentelijke diensten, bewoners, investeerders en natuurlijk de gebruikers. Ria licht dit toe: “Je moet in deze functie een lange adem hebben. Het is een proces waarbij veel meningen en aanpassingen gemoeid gaan. De belangen zijn natuurlijk ook groot. In overleg komen we dan tot de beste oplossingen. Uiteindelijk heb ik mijn werk het beste gedaan als het na realisatie niet ‘opvalt’, maar dat het een vanzelfsprekende mooie plek op die specifieke locatie is geworden.”

Projecten in de Binckhorst

Na diverse projecten is een groot deel van haar werkpakket nu gefocust op de Binckhorst. “Continuïteit is belangrijk op projecten. Zo begrijp je beter hoe een gebied in elkaar zit, want er zijn veel partijen bij betrokken. Die wisselen ook regelmatig en er komen nieuwe partijen bij. Dan is het prettig als je binnen de gemeente een team hebt die de dynamiek begrijpt en het proces kent,” licht Ria toe.

Bij de grote transformatie die nu plaatsvindt in het gebied, is het water een zeer belangrijke factor. Ten tijde van het bedrijventerrein was het water van de Binckhaven en langs de Trekvliet onbereikbaar. Dit kwam met name door de bedrijfspanden die direct aan het water liggen of soms afgeschermde privéterreinen. Een enorme meerwaarde voor de nieuwe ontwikkelingen is daarom dan ook het bereikbaar en ‘beleefbaar’ maken van het water in het gebied.

Voor de komende nieuwbouwplannen in het gebied hoopt Ria dat de ontwikkelaars de ambities delen voor de openbare ruimte en de bijzondere ‘Binckplekken’. Ria ziet ook graag een nog betere samenwerking met de diverse partijen in voorbereiding van de openbare ruimtes. “Zodat we gezamenlijk een gebied kunnen aanpakken en de potentie van de locatie goed kunnen benutten.”

Saturnuskade

Niet alleen de gemeente Den Haag en de diverse diensten hebben inspraak bij wijzingen in het landschap. Er wordt ook gesproken met de gebruikers van de locatie. Denk hierbij aan bijvoorbeeld huurders of eigenaars van bestaande panden.

Bij de Saturnuskade was de feedback helder. De rauwheid moest gekoesterd worden en het mocht allemaal niet te netjes worden. Ria weet nog dat zij sprak met de Besturing en dat daar de term ‘rommelig’ werd genoemd. “Oeh dacht ik meteen. Dat is een leuke uitdaging om te verwerken in het ontwerp!” lacht Ria. “Bij de Saturnuskade was de opgave om de balans te vinden tussen verblijfsgebied en werkgebied voor de bestaande bedrijven.

De uiteindelijke realisatie van de Saturnuskade is strak geworden, maar door het gebruik van robuuste materialen behoudt de kade zijn stoere kant.

Fokkerhaven

Voor de aanleg van de Rotterdamsebaan moest de Neherkade verbreed worden. Dit ging ten koste van het water van de Laak en dat verlies aan water moest worden gecompenseerd. Het werd Ria haar eerste project in de Binckhorst. Zij startte haar onderzoek naar watercompensatie en gaf daarbij antwoord op vragen als: Wat voor water moet het worden? Welk doel moet het hebben? Voor wie is het bedoeld? “We hebben in de stad weinig ruimte dus als je iets claimt moet dat meerdere doelen dienen. Het project viel samen met de Nota Binnenwater dat mede als doel heeft om de recreatieve potenties en ambities van het Haagse waterstelsel op de kaart te zetten.” verklaart Ria.

De Trekvliet is de enige goede rechtstreekse waterverbinding met de stad en dus van enorme waarde voor Den Haag. Uit de nota bleek dat er meer behoefte was aan recreatievaart en haventjes. Met die gegevens bracht Ria verschillende opties in kaart en kunnen we nu genieten van de Fokkerhaven en de Poolsterhaven.

“De Fokkerhaven heeft ook echt een nieuwe potentie in het gebied naar boven gehaald. Vooral met de twee bestaande panden waar Capriole en Glaswerk nu zijn gevestigd. Dat is fantastisch om te zien en het is een hele fijne plek geworden.” zegt Ria trots.

Ria over de Binckhorst en Binckhaven

Voor ze bij de Gemeente Den Haag ging werken, reed ze weleens over de Binckhorstlaan. “De eerste keer dacht ik echt waar ben ik nu toch beland. Ik zag vooral bedrijfsdozen zonder uitstraling en dat zo dicht bij het centrum.” Eenmaal beter bekend met het gebied werd duidelijk dat er nog veel meer in de Binckhorst te vinden is.

Zo weet iedereen dat de contrasten er groot kunnen zijn. Wat ook direct een onderdeel is van de charme van het gebied. Ria zegt “We spreken binnen het team over echte ‘Binckplekken’, plekken met potentie die een goede bestemming moeten krijgen kenmerkend voor het gebied. Door unieke gebouwen te behouden, speciale functies te geven en te combineren met de openbare ruimte.” Een paar van die pareltjes zijn bijvoorbeeld de oude gebouwen van de gasfabriek aan het Trekvlietplein, kasteel De Binckhorst, maar ook de begraafplaats St. Barbara, die nu nog verstopt zitten in het gebied.

Op de vraag of zij zich laat inspireren door andere gebieden, zegt Ria het volgende: “Natuurlijk kijk ik naar andere gebieden met industriële achtergrond en havengebieden. Maar ik ben nog meer op zoek naar een specifieke ‘Binck oplossing’ omdat elk gebied zijn eigen sfeer en identiteit heeft.”

Zo haalt Ria inspiratie uit bijvoorbeeld het Ruhrgebied, de havengebieden in transformatie van Antwerpen, Amsterdam, Utrecht, maar ook uit projecten waar ze eerder aan heeft gewerkt. Zoals het Lloydkwartier en de verbouwing van het stationsgebied in Rotterdam.

Als Ria één ding moet benoemen dat ze graag zou willen terugzien in het gebied, dan is het een nieuwe bestemming voor het terrein van de gasfabriek bij de Poolsterhaven. “Er ligt een heel mooi ensemble van gebouwen. De entree van de voormalige gasfabriek, de losse gebouwen en het poorthuis. Het zou net zo kunnen worden als de Westergasfabriek in Amsterdam. Het ligt allemaal aan het water met een mooi park eromheen! Dat zou echt fantastisch kunnen worden.”

Terug naar overzicht